Logo Logo Logo Logo Logo
  • Specialisaties
    • Tax
    • Private
    • Corporate
    • Criminal
    • Banking & Finance
  • Kennisbank
  • Nieuws & Media
  • Waarom werken bij ons?
  • Over ons
    • Team
  • Contact
  • NL
  • Home
  • Specialisaties
    • Tax
    • Private
    • Corporate
    • Criminal
    • Banking & Finance
  • Kennisbank
  • Nieuws & Media
  • Waarom werken bij ons?
  • Over ons
    • Team
  • Contact
  • NL

BANKING & FINANCE

Belgische ICB-taks op Luxemburgse SICAVs: terug naar af, maar de strijd is nog niet voorbij

door Dirk Coveliers en Robin Rosmeulen

  

Introductie

Al bijna twintig jaar bestaat er discussie tussen de Belgische fiscus en de Luxemburgse fondsensector over de toepassing van de Belgische ICB-taks op Luxemburgse SICAV’s die in België worden gecommercialiseerd. Volgens de betrokken Luxemburgse fondsen is deze belasting niet verenigbaar met het dubbelbelastingverdrag tussen België en Luxemburg.

De juridische strijd kreeg in 2022 een belangrijke wending met twee arresten van het Hof van Cassatie. Opvallend was dat de Nederlandstalige en Franstalige kamer van het Hof van Cassatie tot een verschillende analyse kwamen. De Franstalige kamer oordeelde dat de ICB-taks geen vermogensbelasting is. De Nederlandstalige kamer kwam daarentegen tot de conclusie dat het wel degelijk om een vermogensbelasting gaat, maar dat het dubbelbelastingverdrag zelf niet verhinderde dat België de taks toepast.

Beide zaken werden vervolgens vernietigd en terugverwezen: het Nederlandstalige dossier naar het Hof van Beroep van Gent en het Franstalige dossier naar het Hof van Beroep van Luik.

Verschillende uitspraken, verschillende argumenten

In het Nederlandstalige dossier sprak het Hof van Beroep van Gent zich op 5 november 2024 opnieuw uit. Het arrest bood de Luxemburgse fondsenindustrie nog verschillende aanknopingspunten om haar standpunt te verdedigen.

Ondertussen had het Hof van Beroep van Brussel al op 25 april 2023 vier Nederlandstalige arresten gewezen die volledig in het voordeel van de Luxemburgse SICAV’s waren.

De kern van de discussie ligt in een ogenschijnlijk klein, maar juridisch belangrijk verschil in de formulering van het Belgisch-Luxemburgse dubbelbelastingverdrag.

Alles draait om twee woorden “me name”

Artikel 2, § 3 van het Belgisch-Luxemburgs verdrag bevat een opsomming van de belastingen waarop het verdrag van toepassing is. Anders dan in het OESO-modelverdrag van 1963 ontbreken in dit verdrag de woorden “met name”.

Volgens de Belgische fiscus betekent dit dat de lijst van belastingen in het verdrag exhaustief is. Nieuwe belastingen die pas na de ondertekening van het verdrag werden ingevoerd – zoals de Belgische ICB-taks – zouden dan niet automatisch onder het verdrag vallen.

De Luxemburgse fondsen betwisten die interpretatie. Zij wijzen erop dat ook een latere belasting onder het verdrag kan vallen wanneer zij gelijk of vergelijkbaar is met een belasting die al in de verdragslijst was opgenomen.

Daarvoor beroepen zij zich onder meer op een discussie binnen de OESO uit 1969. In een verslag van Working Party nr. 30 van het Fiscal Committee werd aangegeven dat verdragen waarin de woorden “met name” ontbreken in art. 2 par. 3, weliswaar een exhaustieve lijst kunnen bevatten van de belastingen die bij het sluiten van het verdrag bestonden, maar dat later ingevoerde belastingen toch nog onder het verdrag kunnen vallen wanneer zij gelijk of analoog zijn aan een opgesomde belasting.

Ook de advocaat-generaal van Cassatie ziet mogelijkheden voor de fondsen

In de recente cassatiezaak nam ook de advocaat-generaal van het Hof van Cassatie dit standpunt in. Daarmee week hij opvallend af van de eerdere analyse uit 2022.

Naast het voornoemde verslag van de Working Party nr. 30, verwees hij niet alleen naar vooraanstaande Belgische rechtsleer, maar ook naar internationale rechtsleer die de visie breed dragen dat alle nieuwe belastingen ook in aanmerking komen en geïnterpreteerd moeten worden in het licht van de §§ 1 en 2 van art. 2.

De advocaat-generaal verwees bovendien naar de principes van het Verdrag van Wenen inzake de interpretatie van verdragen. Een verdrag moet volgens die principes te goeder trouw worden geïnterpreteerd, rekening houdend met de gewone betekenis van de gebruikte termen, hun context en het doel van het verdrag. Daarbij moet de interpretatie het verdrag ook een nuttig effect geven.

Dat vormde een belangrijke ondersteuning voor het standpunt van de Luxemburgse fondsen.

 

Hof van Cassatie kiest opnieuw voor de analyse van de fiscus

Desondanks, heeft het Hof van Cassatie uiteindelijk opnieuw de redenering van de Belgische fiscus gevolgd. Ditmaal gebeurde de beraadslaging in verenigde kamers (dus Nederlandstalige en Franstalige kamer samen).

Het arrest bevat helaas geen uiteenzetting van de redenen waarom het Hof afwijkt van het advies van de advocaat-generaal. Voor de Luxemburgse fondsenindustrie en hun adviseurs maakt dat moeilijker om zich bij de beslissing neer te leggen, zeker omdat er in eerdere procedures tegengestelde uitspraken zijn geweest.

De vier Brusselse dossiers zijn inmiddels verwezen naar het Hof van Beroep van Antwerpen. Daarmee is de discussie nog niet noodzakelijk afgelopen. Het blijft mogelijk dat voor dat hof nog andere juridische argumenten worden aangevoerd die opnieuw perspectieven kunnen bieden voor de Luxemburgse fondsensector.

Een belangrijk neveneffect voor Luxemburgse SICAVs

Los van de discussie over de ICB-taks is er intussen wel een belangrijk punt duidelijk geworden: Luxemburgse SICAV’s kunnen zich tegenover België op het dubbelbelasting-verdrag beroepen.

Dat geldt volgens de rechtspraak niet alleen voor Luxemburgse fondsen die in België over een Europees paspoort beschikken. Ook bepaalde alternatieve Luxemburgse fondsen zonder paspoort kunnen zich op het verdrag beroepen, waaronder onder meer SICAV-SIF’s, SICAV-RAIF’s, SICAR’s en SICAV’s van “partie 2”.

Dit heeft een concreet fiscaal gevolg.

Deze fondsen kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op het verdragsrechtelijke tarief van 15% Belgische roerende voorheffing op Belgische dividenden en interesten. Wanneer in het verleden 30% roerende voorheffing werd ingehouden, kan bijgevolg een terugbetaling van het te veel betaalde bedrag worden gevraagd.

Als Luxemburgs verdragsinwoner en uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden kan de Luxemburgse SICAV bijgevolg aanspraak maken op de beperking van de Belgische bronheffing tot 15% overeenkomstig artikel 10 van het verdrag.

Drie recente vonnissen uit 2025 en 2026 van zowel de Franstalige als Nederlandstalige kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevestigden inmiddels dat een Luxemburgse SICAV aangemerkt kan worden als inwoner van Luxemburg in de zin van het Belgisch-Luxemburgse DBV. Deze vonnissen versterken in belangrijke mate de positie van de Luxemburgse SICAV.

De Belgische administratie betwist deze verdragsgerechtigdheid evenwel nog steeds.

Dat betekent niet dat een teruggaafaanvraag op dit moment weinig zin heeft. Integendeel: juist vanwege de vijfjarige termijn wordt momenteel aanbevolen om beschermende teruggaafaanvragen in te dienen.

Tot eind 2026 tijd om RV betaald vanaf 2022 terug te vragen

Voor deze terugvordering geldt een verjaringstermijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de niet-ingekohierde roerende voorheffing werd gestort.

Wanneer bijvoorbeeld een dividend op 30 december 2021 betaalbaar wordt gesteld maar de RV pas in januari 2022 werd gestort, dan moet men voor de berekening van de verjaringstermijn uitgaan van 2022 (jaar van storting), en niet noodzakelijk van het jaar waarin het dividend betaalbaar werd gesteld.

In de praktijk betekent dit dat de roerende voorheffing die vanaf 1 januari 2022 te veel gestort werd, nog kan worden teruggevraagd tot eind 2026. De samenstelling van het dossier dat ingediend moet worden vergt wel opzoekingswerk en tijd, zodat aangeraden wordt om de teruggave procedure zo snel mogelijk te starten.

Voor Luxemburgse fondsen en hun Belgische distributeurs of andere betrokken partijen is dit dus geen louter academische discussie. Er kan een concreet financieel belang mee gemoeid zijn.

Conclusie

De procedure rond de Belgische ICB-taks zelf lijkt na het recente cassatiearrest opnieuw een stap achteruit te hebben gezet ten voordele van de fiscus.  Maar de bredere fiscale positie van Luxemburgse fondsen tegenover België is daarmee zeker niet definitief beslecht.

Anderzijds is het interessant om voor jaareinde beschermende teruggaafaanvragen in te dienen voor de recuperatie van een deel van Belgische RV op Belgische dividenden

Over de auteurs:

  • Dirk Coveliers is Senior Counsel bij Tuerlinckx Tax Lawyers.
  • Hij is gespecialiseerd in beleggingsfiscaliteit.
  • Contact: dirk.coveliers@tuerlinckx.eu

 

  • Robin Rosmeulen is advocaat | Junior Associate.
  • Hij is gespecialiseerd in ondernemings-en beleggingsfiscaliteit
  • Contact. Robin.rosmeulen@tuerlincxk.eu

 

Heeft dit onderwerp impact op uw onderneming?

Neem contact op met onze fiscale experten.

Dit onderwerp maakt deel uit van onze gezamenlijke kennisreeks van Investment Officer en Tuerlinckx Tax Lawyers.
Meer lezen binnen Banking & Finance? Ontdek onderstaande artikels:
  • Buitenlandse rekeningen en wat met de taks op beursverrichtingen?
  • De beurstaks: een fiscaal doolhof dat de belegger nog te vaak weet te verrassen.

Lees meer

Ontdek andere artikels

17/09/26

De inwerkingtreding van de meerwaardebelasting en.....

Vanaf 1 januari 2026 wordt een meerwaarde op cryptoactiva niet langer vrijgesteld, maar belast aan...

Lees meer

17/09/26

Fiscale regularisatie van cryptovermogen: de...

De herinvoering van de fiscale regularisatie mikt op zwart geld en fraude, maar treft in de praktijk...

Lees meer

16/04/26

Nieuwe fiscale wet: meerwaarden belast |...

België belast meerwaarden op aandelen en cryptomunten. Begrijp de impact op uw vermogensplanning,...

Lees meer

09/10/25

Successieplanning: Voorgestelde wijzigingen...

Successieplanning helpt om de familiale vennootschap met het nodige controlebehoud over te dragen...

Lees meer

26/03/26

Strafvordering ontontvankelijk in witwasdossier |.....

Cliënt kreeg kennis van het strafonderzoek naar aanleiding van huiszoekingen in 2022. Tuerlinckx...

Lees meer

08/08/25

Opnieuw zwart geld regulariseren: wat moet je...

Wie zwart geld heeft, kan dat voortaan opnieuw regulariseren. Dat staat in de programmawet die het...

Lees meer

25/08/26

Als forfait geen forfait meer mag zijn | Trends...

Mag een forfait nog een forfait zijn? Jan Tuerlinckx schreef een column in Trends omdat de discussie...

Lees meer

16/04/26

Nieuwe fiscale wet: meerwaarden belast |...

België belast meerwaarden op aandelen en cryptomunten. Begrijp de impact op uw vermogensplanning,...

Lees meer
uitgelicht


Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Antwerpen

Van Putlei 14

2018 Antwerpen

+32 3 206 21 10

Limburg

Eikenenweg 73 bus 4

3520 Zonhoven

+32 11 15 27 99

Charleroi

Avenue G. Michel 3

6000 Charleroi

+32 7 118 37 24
Meer informatie? Aarzel niet.
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Algemene voorwaarden

Transparantie

Privacy Policy

Disclaimer

Cookie Policy