Logo Logo Logo Logo Logo
  • Specialisaties
    • Tax
    • Private
    • Corporate
    • Criminal
    • Banking & Finance
  • Kennisbank
  • Nieuws & Media
  • Waarom werken bij ons?
  • Over ons
    • Team
  • Contact
  • NL
  • Home
  • Specialisaties
    • Tax
    • Private
    • Corporate
    • Criminal
    • Banking & Finance
  • Kennisbank
  • Nieuws & Media
  • Waarom werken bij ons?
  • Over ons
    • Team
  • Contact
  • NL

DBI-regime in beweging:

Financieel vast actief en recente rechtspraak : Arthur Verstichel

24/08/26

uitgelicht

De DBI-aftrek wordt in de praktijk vaak beschouwd als een stabiele en goed gekende regeling. Toch zijn er een aantal recente ontwikkelingen die tonen dat ook dit klassieke fiscale regime blijft evolueren.

Wat wordt verstaan onder een financieel vast actief?

Financieel vast actief wordt cruciale voorwaarde

Een eerste ontwikkeling is de wetswijziging van 18 juli 2025, die de participatievoorwaarde aanscherpt voor grote vennootschappen vanaf aanslagjaar 2026. Wanneer de deelneming minder dan 10% bedraagt, maar de alternatieve drempel van 2.500.000 EUR aanschaffingswaarde wordt gehaald, volstaat dat niet langer automatisch om van het DBI-regime te genieten. De betrokken deelneming moet voortaan ook de aard hebben van een “financieel vast actief”.

Die bijkomende voorwaarde roept meteen tal van vragen op. Wat moet precies worden verstaan onder een financieel vast actief? En hoe moet dat begrip worden geïnterpreteerd voor vennootschappen die regelmatig investeren in beursgenoteerde bedrijven en daarbij minderheidsparticipaties van minder dan 10% aanhouden?

Op die vragen kwam geleidelijk een antwoord. De circulaire 2025/C/63 van 3 oktober 2025 bood een eerste interpretatief kader. De parlementaire vragen van Kamerlid Charlotte Verkeyn aan minister van Financiën Jan Jambon bevatten daarnaast enkele interessante verduidelijkingen.

 

De circulaire verwijst naar artikel 3:89 van het KB/WVV dat op zijn beurt drie categorieën van financieel vaste activa bevat:

  • In de eerste plaats gaat het om aandelen in verbonden ondernemingen, hetgeen veronderstelt dat de vennootschap een controlebevoegdheid uitoefent over de betrokken onderneming.
  • In de tweede plaats betreft het aandelen in “ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding” bestaat, met name aandelen in een niet-verbonden onderneming waarbij wel een invloed op de oriëntatie van het beleid kan worden uitgeoefend.
  • Ten slotte de restcategorie van “andere financiële vaste activa”, waaronder aandelen worden geboekt wanneer zij, door het creëren van een duurzame en specifieke band met de uitgevende vennootschap, bijdragen tot de eigen bedrijfsuitoefening van de aandeelhoudende vennootschap bevorderen.

 

Minderheidspaarticipaties en invloed op het beleid

Een eerste parlementaire vraag had betrekking op de mogelijkheid om participaties van minder dan 10% te kwalificeren als aandelen in een “onderneming waarmee een deelnemingsverhouding” bestaat. Immers indien die kwalificatie van toepassing is kan de deelneming worden geboekt als financieel vast actief. De minister benadrukte dat dit steeds moet worden beoordeeld in het licht van de concrete feiten en omstandigheden. Daarbij is volgens hem vereist dat de investerende vennootschap een zekere invloed kan uitoefenen op de oriëntatie van het beleid van de betrokken onderneming. Hoewel die invloed zich het duidelijkst manifesteert wanneer een vertegenwoordiger kan worden benoemd in het bestuursorgaan, benadrukte de minister dat ook een feitelijke invloed zonder formeel bestuursmandaat kan volstaan.

 

Familiale investeringsvennootschappen en duurzame participaties

Een tweede parlementaire vraag had betrekking op de opname van aandelen onder de rubriek “andere financiële vaste activa” bij familiale investeringsvennootschappen. De minister verduidelijkte dat de beoordeling van de “eigen bedrijfsuitoefening” moet gebeuren in functie van de activiteit van de investerende vennootschap. Wanneer het aanhouden van participaties de kernactiviteit van de vennootschap vormt, kan in beginsel worden aangenomen dat dergelijke participaties de eigen bedrijfsuitoefening bevorderen.

 

Daarnaast stelde de minister dat sprake is van een duurzame band wanneer de participatie niet louter wordt aangehouden met het oog op een korte termijn belegging, maar bedoeld is om duurzaam deel uit te maken van het vermogen van de vennootschap en een recurrente inkomstenstroom te genereren. Voor de beoordeling van de specifieke band blijft volgens de minister vereist dat sprake is van een strategische zakelijke relatie tussen beide vennootschappen, in lijn met de toelichting in circulaire 2025/C/63.

De combinatie van de wetswijziging, de parlementaire vragen en de circulaire maakt duidelijk dat de DBI-regeling vandaag aandacht verdient. Wat voor velen een relatief vanzelfsprekende toepassing lijkt, vergt toch in bepaalde gevallen een grondige analyse.

Rechtspraak zet passieve holdings onder druk

Een tweede ontwikkeling op het vlak van de DBI heeft betrekking op recente rechtspraak. In het bijzonder lijken rechtbanken steeds kritischer te kijken naar het gebruik van passieve holdingvennootschappen in overnamestructuren.

 

Antimisbruikbepaling als aandachtspunt

De specifieke antimisbruikbepaling van artikel 203, §1, 7° WIB ligt aan de basis van die rechtspraak. Die bepaling sluit de DBI-aftrek uit wanneer dividenden verband houden met een kunstmatige constructie die niet is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen. Steeds vaker rijst de vraag of een holdingvennootschap wel een eigen economische bestaansreden heeft, of louter fungeert als tussenschakel om dividenden fiscaal gunstig te laten doorstromen.

 

Rechtbank Brugge anno 2024

Een eerste belangrijk signaal kwam van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge in een vonnis van 21 oktober 2024 (nr. 23/597/A). Hoewel die zaak formeel betrekking had op de vrijstelling van roerende voorheffing, oordeelde de rechtbank dat een holdingvennootschap, in het kader van een overname transactie, die geen eigen activiteit uitoefent en enkel dient als tussenschakel om de voordelen van de Moeder-dochterrichtlijn te genieten, als een kunstmatige constructie kan worden beschouwd. De belastingplichtige slaagde er volgens de rechtbank niet in aan te tonen dat geldige zakelijke redenen aan de structuur ten grondslag lagen.

 

Hof van Beroep van Bergen anno 2026

Meer recent is het arrest van het hof van beroep te Bergen van 21 januari 2026 (nr. 2024/RG/227). Daar werd de DBI-aftrek effectief geweigerd aan een nieuw opgerichte holding die was ingeschakeld in het kader van een familiale herstructurering. Volgens het hof was sprake van een passieve holding zonder eigen kantoren, personeel of operationele middelen. De holding werd gebruikt om aandelen van andere familieleden over te nemen, waarna dividenden vanuit de onderliggende operationele vennootschap werden doorgestort om de overname te financieren.

Uiteraard berusten deze uitspraken op een specifieke feitenconstellatie en moeten zij met de nodige nuance worden gelezen. Niettemin lijkt hieruit wel een tendens afleidbaar waarbij rechters steeds kritischer toetsen of een holdingvennootschap beschikt over voldoende economische substantie en zakelijke (lees: niet-fiscale) motieven.

De draagwijdte van deze rechtspraak mag dan ook niet worden onderschat. Het gebruik van holdings is immers bijzonder courant. Deze uitspraken betekenen uiteraard niet dat een holdingstructuur op zich problematisch is. Zij tonen wel aan dat een bijkomende analyse voor de toepassing van het DBI-regime binnen groepsstructuren aan de orde is.

Conclusie

Deze materie evolueert voortdurend.

De recente wetswijzigingen en rechtspraak tonen aan dat de toepassing van het DBI-regime sterk afhankelijk blijft van de concrete feiten en omstandigheden.

Tuerlinckx Tax Lawyers volgt deze ontwikkelingen op de voet en analyseert regelmatig de impact ervan voor ondernemingen en aandeelhouders.

Lees meer

Ontdek andere artikels

17/09/26

De inwerkingtreding van de meerwaardebelasting en.....

Vanaf 1 januari 2026 wordt een meerwaarde op cryptoactiva niet langer vrijgesteld, maar belast aan...

Lees meer

17/09/26

Fiscale regularisatie van cryptovermogen: de...

De herinvoering van de fiscale regularisatie mikt op zwart geld en fraude, maar treft in de praktijk...

Lees meer

16/04/26

Nieuwe fiscale wet: meerwaarden belast |...

België belast meerwaarden op aandelen en cryptomunten. Begrijp de impact op uw vermogensplanning,...

Lees meer

09/10/25

Successieplanning: Voorgestelde wijzigingen...

Successieplanning helpt om de familiale vennootschap met het nodige controlebehoud over te dragen...

Lees meer

26/03/26

Strafvordering ontontvankelijk in witwasdossier |.....

Cliënt kreeg kennis van het strafonderzoek naar aanleiding van huiszoekingen in 2022. Tuerlinckx...

Lees meer

08/08/25

Opnieuw zwart geld regulariseren: wat moet je...

Wie zwart geld heeft, kan dat voortaan opnieuw regulariseren. Dat staat in de programmawet die het...

Lees meer

25/08/26

Als forfait geen forfait meer mag zijn | Trends...

Mag een forfait nog een forfait zijn? Jan Tuerlinckx schreef een column in Trends omdat de discussie...

Lees meer

16/04/26

Nieuwe fiscale wet: meerwaarden belast |...

België belast meerwaarden op aandelen en cryptomunten. Begrijp de impact op uw vermogensplanning,...

Lees meer
uitgelicht


Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Antwerpen

Van Putlei 14

2018 Antwerpen

+32 3 206 21 10

Limburg

Eikenenweg 73 bus 4

3520 Zonhoven

+32 11 15 27 99

Charleroi

Avenue G. Michel 3

6000 Charleroi

+32 7 118 37 24
Meer informatie? Aarzel niet.
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Algemene voorwaarden

Transparantie

Privacy Policy

Disclaimer

Cookie Policy